Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1173.
Volledigheidshalve merk ik nog op dat in art. 3:171 BW, waarin is bepaald dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoekschriften ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap, ligt besloten dat een deelgenoot in zijn vordering of verzoek kan worden ontvangen, ook indien de andere deelgenoten niet als procespartijen in het geding zijn. Indien een of meer deelgenoten van deze bevoegdheid gebruik maken en een rechtsvordering ten behoeve van de gezamenlijke deelgenoten instelt, heeft het daarop gewezen en in kracht van gewijsde gegane vonnis bindende kracht voor alle deelgenoten, dus ook voor diegenen die niet als formele procespartijen aan het geding hebben deelgenomen. Ook hier is dus sprake van het toekennen van rechtskracht aan een rechterlijke uitspraak jegens niet in het geding betrokken derden. Perrick beschouwt dit – in feite om dezelfde redenen die zijn in te brengen tegen het ius recursus extensum – als een ‘ongelukkige keuze’ van de wetgever. Volgens hem had de wet beter kunnen bepalen dat de deelgenoten slechts gezamenlijk ten behoeve van de gemeenschap kunnen procederen en dat als één of meer deelgenoten daartoe niet bereid zijn, hun medewerking kan worden vervangen door een machtiging van de kantonrechter. In het onderhavige geval is echter niet een vordering op grond van art. 3:171 BW aan de orde. Het gaat in deze zaak immers niet om het instellen van een rechtsvordering ten behoeve van de gemeenschap, maar om een vordering tussen deelgenoten. Art. 3:171 BW ziet op de relatie tussen een deelgenoot en een derde; een vordering tegen deelgenoten valt niet onder het toepassingsbereik van art. 3:171 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581, en de alinea staat in dat document op bytes 53765 tot 55799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6cfecce1728964f7f37db28147e42a75f780732aecc37a97ff58f1343552581 | shasum -a 256