Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1174.
Art. 9:503 Principles of European Contract Law (PECL) en art. III.3:703 Draft Common Frame of Reference (DCFR) formuleren dezelfde regel, zij het dat zij een nuance toevoegen: niet-voorzienbare schade komt wel voor vergoeding in aanmerking indien de schuldenaar een gekwalificeerd verwijt treft, in de zin van opzet of grove nalatigheid. Uit het uitvoerige notenapparaat bij art. III.3:703 DCFR blijkt dat in een grote meerderheid van de Europese rechtsstelsels aan de voorzienbaarheid ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een (in beginsel) beslissende betekenis wordt toegekend. In diverse continentale rechtsstelsels is er een uitdrukkelijke wettelijke bepaling in die zin. Vergelijk bijvoorbeeld art. 1150 Belgisch BW, overeenkomend met ons art. 1283 BW (oud):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339, en de alinea staat in dat document op bytes 32514 tot 33300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339 | shasum -a 256