Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 2.9. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1174.

Verder moeten we bedenken dat de hiervoor bedoelde breed gedragen rechtsopvatting enkel zegt dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet te voorziene schadeposten in beginsel steeds niet voor vergoeding in aanmerking behoren te komen. Een nádere beperking van de toe te rekenen schade kan op zijn plaats zijn. Die nadere beperking wordt in veel buitenlandse rechtsstelsels nog altijd bereikt met behulp van de adequatieleer (met als beslissende maatstaf de voorzienbaarheid ten tijde van de normschending ). Uiteraard bestaat er geen enkele reden om ook dat voor de toepassing van het Nederlandse recht over te nemen. Art. 6:98 BW biedt alle ruimte om (naast de voorzienbaarheid ten tijde van de normschending) ook aan andere gezichtspunten die voor een verdere beperking in de toerekening pleiten, een plaats te geven. Tot die andere gezichtspunten behoort onder meer de aard van de activiteit waarbij de schade is toegebracht. Bijvoorbeeld de omstandigheid dat iemand als vrijwilliger, dus zonder beloning, de schade heeft veroorzaakt, pleit mijns inziens veelal voor een beperkte toerekening, ook voor zover deze vrijwilliger in een contractuele relatie ten opzichte van de gelaedeerde partij stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339, en de alinea staat in dat document op bytes 38280 tot 39605.