Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1174.

Op zichzelf is juist dat de hiervoor aangehaalde stellingen door [verweerster] zijn ingenomen (zie de in de cassatiedagvaarding aangehaalde vindplaatsen), maar het hof heeft art. 149 lid 1 Rv niet geschonden door die stellingen niet als vaststaand te beschouwen. [verweerster] heeft in de memorie van antwoord onder 14 met nadruk erop gewezen dat de korting van 2,5% die Avi bij Liebherr had bedongen, in een ‘side letter’ was vastgelegd, die Avi bewust buiten de relatie met [verweerster] had gehouden (met iets andere woorden herhaald in de pleitnotitie d.d. 31 maart 2015 van mr. G.M. van Voorst onder 6). Daarin heeft het hof klaarblijkelijk een voldoende gemotiveerde betwisting van de bedoelde stellingen van Avi gelezen. In het licht van de inhoud van de overeenkomst tussen partijen, volgens welke Avi de kranen verkocht voor dezelfde koopprijs en onder dezelfde koop- en leveringsvoorwaarden als Liebherr met Avi was overeengekomen, dunkt mij dat allerminst onbegrijpelijk. Het standpunt [verweerster] was immers klaarblijkelijk dat zij in het licht van de uitdrukkelijke inhoud van de overeenkomst en haar onbekendheid met de tussen Liebherr en Avi overeengekomen side letter, met een commissievoordeel of andere baat van Avi geen rekening behoefde te houden. Subonderdeel 1.3 faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339, en de alinea staat in dat document op bytes 45762 tot 47203.