Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1174.
Die zin moet echter in zijn context worden gelezen. Uit die context is duidelijk dat het hof bedoelt: de stelling van Avi dat, volgens hetgeen gebruikelijk is, voorzienbaar was dat Avi voor haar bemoeienissen enige vergoeding zou ontvangen, kan niet afdoen aan de uitdrukkelijke inhoud van de overeenkomst. Zo begrepen is ’s hofs oordeel noch rechtens onjuist noch onvoldoende gemotiveerd. Een contractspartij mag immers in het algemeen afgaan op de juistheid van door haar wederpartij gedane mededelingen en zo ook mocht, zoals het hof impliceert, [verweerster] afgaan op de in de tekst van de overeenkomst vastgelegde mededeling van Avi dat zij verkocht tegen dezelfde prijs en voorwaarden als in haar verhouding tot Liebherr golden. Ook subonderdeel 1.4 treft dus geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339, en de alinea staat in dat document op bytes 47640 tot 48496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339 | shasum -a 256