Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 4.11. Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1174.

Aan het voorgaande voeg ik nog toe dat ik voor een meer welwillende uitleg van de stellingen [verweerster] (en tegelijk een minder welwillende beoordeling van de uitleg van de gedingstukken door het hof) zou hebben kunnen voelen ingeval het in cassatie voor het eerst ondubbelzinnig betrokken standpunt [verweerster] dat zij niet in verzuim verkeerde, mij inhoudelijk meer zou aanspreken. Dat standpunt spreekt mij echter in het geheel niet aan. Zoals blijkt uit de onder 1.1.18 aangehaalde e-mailberichten was [verweerster] vele malen aangemaand. Dat vervolgens nog een formele ingebrekestelling nodig zou zijn om het verzuim te doen intreden, acht ik nauwelijks verdedigbaar. Het stelsel van art. 6:82 en 6:83 BW is niet bedoeld als een set strakke regels, die naar de letter moeten worden toegepast; het gaat er integendeel om wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van partijen mocht worden verwacht. Een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn; ook kan (de aanvullende werking van) de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat de schuldenaar zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt. Welnu, mij dunkt dat na de vele aanmaningen, waarop [verweerster] steeds niet reageerde, een ingebrekestelling in redelijkheid niet meer nodig was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 051d7ea2932bf9f924d5f0d987dd5edd96e40435cda1585d4a49146eaa7f0339, en de alinea staat in dat document op bytes 63384 tot 64859.