Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.

10. Klaarblijkelijk heeft het hof zich met zijn nadere overwegingen willen wenden tot de advocaat-generaal die rekwireerde dat de wetswijziging in het voordeel van de betrokkene moet worden uitgelegd "zodat de ontnemingsvordering tot het bedrag van 45.719,65 dient te worden afgewezen”. Hoewel blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 juni 2014 de advocaat-generaal dat standpunt in het geheel niet heeft onderbouwd, sloot de raadsvrouw zich daar slechts bij aan zonder een helder en gedetailleerd verweer te voeren. Indien en voor zover de steller van het middel bedoelt te betogen dat de verdediging met betrekking tot het geldbedrag van in totaal € 45.719,65 een op art. 1, tweede lid, Sr geënt verweer heeft gevoerd (dat door het hof ten onrechte en/of ontoereikend zou zijn verworpen), ontbeert de klacht op grond van het voorgaande feitelijke grondslag. Voor zover de steller van het middel zich keert tegen ’s hofs verwerping van een door het Openbaar Ministerie op de terechtzitting ingenomen standpunt, ontbreekt het belang bij het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 13777 tot 14925.