Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.

Het behoeft geen betoog dat op een ingrijpende bevoegdheid, als voorzien in het derde lid van art. 36e Sr, waarvan de toepassing zeer arbeidsintensief en deskundig vooronderzoek vergt, alleen in zeer sprekende gevallen een beroep zal worden gedaan. Bij zeer sprekende gevallen zou kunnen worden gedacht aan zaken waarbij verwacht wordt dat het onderzoek zal kunnen uitwijzen dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel is te schatten meer dan f 100 000,-, ja mogelijk aanzienlijk meer dan dat, zal bedragen. Voorts zal dat de mate waarin daarvan gebruik zal kunnen worden gemaakt direct afhankelijk zijn van de omvang van het voor het doen van een strafrechtelijk financieel onderzoek beschikbare opsporingspersoneel.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 27790 tot 28604.