Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.
Met de regeling zoals voorgesteld in art. 36e, eerste en tweede lid, Sr is beoogd te bereiken, dat ook in de gevallen waarin geen strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet is beperkt tot het voordeel dat door het bewezenverklaarde feit is behaald. In die vaak voorkomende gevallen immers waarin een verdachte terecht staat voor een reeks van samenhangende delicten (een groot aantal verschillende overtredingen van de milieuwetgeving bij voorbeeld), wordt hem een beperkt aantal feiten ten laste gelegd en worden de overige ad informandum gevoegd of blijken deze uit processen-verbaal. Het is duidelijk dat de proceseconomische beperking van de telastelegging, net zo min als dat bij de bepaling van de strafmaat het geval is, grond vormt om de reikwijdte van de maatregel evenzeer te beperken. Ook met de maatregel wordt bij de, door de soortgelijkheid van feiten bepaalde, samenhang in de wederrechtelijke gedragingen aangeknoopt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 29070 tot 30099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734 | shasum -a 256