Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.

Wanneer nu naast het vereiste van de soortgelijkheid van feiten als mogelijke grondslag voor ontneming zou worden toegevoegd de aanwijzing dat een feit is begaan, waarop een geldboete van de vijfde categorie is gesteld, wordt dit uitgangspunt verlaten. Het gevolg daarvan zou zijn, dat van de rechter kan worden gevergd buiten het telastegelegde feit bij de beslissing over de maatregel tot ontneming te oordelen over een verzameling feiten die daarmee geen andere samenhang vertoont dan de identiteit van de verdachte. In het geval van de milieudelicten zou het daarnaast dan bij voorbeeld kunnen gaan om aan het licht gekomen valsheid in geschrift en oplichting. Daargelaten de vraag of de rechter bereid zal zijn in dergelijke gevallen de maatregel op te leggen, ben ik van oordeel dat zou moeten voorkomen dat het geding op deze wijze kan worden gevoerd. Dat zou immers betekenen dat de vraag of de verdachte een feit dat te ontnemen voordeel heeft opgeleverd, heeft begaan in het - primair op de financiële aspecten gerichte - onderzoek gericht op de beslissing tot ontneming een te belangrijke plaats zal krijgen. Dat bezwaar bestaat in de voorgestelde regeling niet, omdat het oordeel dat de verdachte het soortgelijke feit heeft begaan dan kan worden gevormd aan de hand van het onderzoek naar het telastegelegde feit waarmee het in verband staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 30107 tot 31477.