Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.

21. Die wetswijziging in 2011 is het resultaat van de ‘Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming’ van 31 maart 2011 ( Stb . 2011, 171). Belangrijk onderdeel van deze wet is de wijziging van art. 36e, derde lid (oud), Sr. Naast de introductie van een wettelijk bewijsvermoeden aangaande de herkomst van het vermogen van de betrokkene, is dus de verplichting tot het instellen van een SFO bij de toepassing van art. 36e, derde lid, Sr komen te vervallen. Sindsdien heeft het SFO een facultatief karakter, het kan onder de in art. 126 Sv genoemde voorwaarden worden ingesteld “indien zodanig onderzoek naar verwachting zal bijdragen aan het zicht op de vermogenspositie van de verdachte of de veroordeelde”. De Nota naar aanleiding van het Eindverslag zegt daarover het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 35453 tot 36353.