Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.

22. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen indien en voor zover in voorkomende gevallen niet is voldaan aan het vereiste van het SFO als bedoeld in art. 36e, derde lid (oud), Sr, is in ieder geval in zijn algemeenheid onjuist. In zoverre faalt het middel al meteen. Ook indien men ten aanzien van art. 36e, derde lid (oud), Sr strak zou willen vasthouden aan dat vereiste, brengt het ontbreken van en SFO nog niet de afwijzing van de ontnemingsvordering mee. Weliswaar komt de rechter alsdan tot het oordeel dat de berekening van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel niet gebaseerd kan worden op het bepaalde in art. 36e, derde lid (oud), Sr, maar dat laat onverlet de mogelijkheid dat art. 36e, tweede lid (oud), Sr toepasbaar is en, zo er voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene soortgelijke feiten heeft begaan, op grond daarvan het voordeel wordt ontnomen. Dat kan de rechter doen, omdat de ontnemingsvordering niet de grondslag vormt waarop hij heeft te beslissen, maar slechts de aanleiding is voor zijn ontnemingsbeslissing. Om die reden is de rechter niet gebonden aan de hoogte van de ontnemingsvordering , noch aan de conclusie van het Openbaar Ministerie tot afwijzing van de ontnemingsvordering en evenmin aan de in de ontnemingsvordering genoemde wettelijke bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 40071 tot 41778.