Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1182.
23. Daarmee wil ik niet zeggen dat in elke zaak zomaar kan worden heengestapt over het ontbreken van het SFO in gevallen waarin het als formeel vereiste is voorgeschreven, zoals in art. 36e, derde lid (oud), Sr. Het hangt naar mijn inzicht af van de bijzondere omstandigheden van het geval. In complexe, tijdrovende ontnemingszaken met allerlei ingewikkelde financiële constructies zal het feit dat er in strijd met het voorschrift geen SFO is geopend zwaarder wegen dan in gevallen waarin goed beschouwd ook een simpel financieel onderzoek kan volstaan, bijvoorbeeld wanneer – zoals in de onderhavige zaak – de geldbedragen contant worden aangetroffen en deze onmiddellijk vatbaar zijn voor conservatoir beslag op de voet van art. 94a Sv. Het is ook met het oog op deze mogelijkheid dat het SFO sinds de invoering van de ‘Wet verruiming mogelijkheden voordeelontneming’ een facultatief karakter heeft gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734, en de alinea staat in dat document op bytes 41819 tot 42753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367e594f93a1f230d0857f57337120e5f95a4156c91c9f4a94c7871fb7dc6734 | shasum -a 256