Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 november 2016
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 25 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1196.
Deze klachten slagen. Een vordering op basis van de overeenkomsten tussen [eiseres] en Aldel (strekkende tot schadevergoeding of een vordering wegens de ontbinding van de overeenkomst) dient te worden onderscheiden van een vordering als de onderhavige, strekkende tot verwijdering van storende zaken op grond van art. 3:296 lid 1 BW. Waar eerstgenoemde vordering slechts ter verificatie kan worden ingediend (art. 26 Fw en art. 37a Fw ), is verificatie van de verwijderingsvordering niet aan de orde. Die vordering dient in een faillissement tegen de curator worden ingesteld of voortgezet met werking ten opzichte van de boedel (art. 25 en art. 28 Fw). Van enige strijdigheid met de systematiek van art. 37 en 37a Fw of de gelijkheid van schuldeisers is geen sprake nu de verwijderingsvordering niet op een overeenkomst is gegrond en [eiseres] in dit verband niet optreedt als (faillissements)schuldeiser, maar als derde die de verstoring van het genot van haar gebruiksrecht wenst te beëindigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a3b285c9fa77a88dddc089b3b1404acf8e26332be6932177e7d4a7252c2e014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a3b285c9fa77a88dddc089b3b1404acf8e26332be6932177e7d4a7252c2e014, en de alinea staat in dat document op bytes 60638 tot 61777.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a3b285c9fa77a88dddc089b3b1404acf8e26332be6932177e7d4a7252c2e014 | shasum -a 256