Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1199.
In het vorige hoofdstuk is beschreven dat de wetgever toestaat om in het tarief ook bijdragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen op te nemen. Deze werkwijze creëert in feite een heel specifieke en ongewone last in het kader van het BBV. Immers, het toerekeningsbeginsel gaat er normaliter van uit dat de lasten verantwoord moeten worden op het moment dat zij zich in de periode voordoen. Voor (vervangings)investeringen houdt dit in dat kapitaalslasten (afschrijving en rente) pas worden verantwoord nadat de betreffende investering tot een actief heeft geleid, dat vervolgens gedurende een reeks van jaren van nut is voor de gemeente (toerekening lasten over de afschrijvingstermijn). Het wettelijk toestaan dat al lasten kunnen worden geraamd en verantwoord vóórdat de investering waaruit de lasten ontstaan is gerealiseerd, is als gezegd heel specifiek en ongewoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7, en de alinea staat in dat document op bytes 82239 tot 83130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7 | shasum -a 256