Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Onder 5.42 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1199.

Maar zelfs als die stelling van het College wel doel zou treffen, dan vermag ik nog niet in te zien waarom de opbrengstlimiet dan niet zou zijn overschreden. Immers, na eliminatie van de rentecomponent van, gesteld, € 3,3 miljoen, uit de bestemmingsreserve van € 6,8 miljoen, zou daarvan nog steeds resteren een bedrag van € 3,5 miljoen. Het Hof heeft feitelijk vastgesteld dat de inkomsten voor rioolbeheer voor het jaar 2013, exclusief de baten uit de vrijval van de bestemmingsreserve, waren begroot op ruim € 3,7 miljoen. De totale begrote baten ter zake moeten derhalve worden becijferd op een bedrag van grosso modo € 7,2 miljoen. De begrote lasten ter zake, zijn door het Hof, in cassatie onbestreden, feitelijk vastgesteld op een bedrag van ongeveer € 4,1 miljoen. Dat betekent dat, ook bij eliminatie van de rente component, de opbrengstlimiet nog steeds met een percentage van ruim 75% is overschreden. Dit is aanzienlijk meer dan het uit de jurisprudentie volgende percentage van 10, dat reeds aanleiding kan geven tot algehele onverbindendheid van de tariefstelling van een verordening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7, en de alinea staat in dat document op bytes 199851 tot 201201.