Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1199.

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 228a en de bewoordingen van dat artikel blijkt dat, naar de bedoeling van de wetgever, de geraamde baten van de rioolheffing de lasten ter zake niet mogen overtreffen. Voor het onderhavige belastingjaar komt aan artikel 229b van de Gemeentewet in dit verband geen betekenis (meer) toe. Dit laat onverlet dat de rechtspraak van de Hoge Raad omtrent de limietoverschrijding als bedoeld in artikel 229b van de Gemeentewet overeenkomstig kan worden toegepast (vergelijk Hoge Raad 25 mei 2014, nummer 13/02955, ECLI:NL:HR:2014:1192). Daarbij verdient opmerking dat de gewijzigde wettelijke opzet van de rioolheffing met zich brengt dat tot de zogenoemde “lasten ter zake” meer kosten kunnen worden gerekend dan onder de voormalige heffing van rioolrechten het geval was. Tot die kosten behoren thans immers ook de kosten van het inzamelen van afvloeiend hemelwater en de verwerking daarvan, alsmede van het treffen van maatregelen ter beheersing van de grondwaterstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af37aea4ec1062c1f7a51a2faf9f52f2978e0d0e650f90e2432ef452806ae1a7, en de alinea staat in dat document op bytes 42658 tot 43757.