Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 3.7.1 ’ Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:12.

s Hofs oordeel is mede gebaseerd op de bevindingen van notaris Rieff zoals vermeld in rov. 13.28. Deze komen er, tot de kern teruggebracht, op neer dat (thans) ABC aan de notaris stukken heeft overgelegd waaruit volgens hem bleek dat zij de koopprijs niet kon betalen en evenmin geld daartoe kon lenen. Volgens het Hof heeft [eiser] het proces-verbaal van de notaris waarin een en ander is neergelegd niet wezenlijk bestreden (hij heeft de hoofdlijnen niet betwist, zoals het Hof het verwoordt). 3.7.2 Met ABC meen ik dat de meest plausibele lezing van rov. 3.28 is dat het Hof de bevindingen van de notaris tot de zijne maakt nu [eiser] het proces-verbaal op hoofdlijnen, waaronder begrepen de zojuist genoemde door de notaris getrokken conclusie, niet heeft betwist. Nu tegen dit oordeel geen klachten zijn gericht, zal van dit een en ander ook in cassatie moeten worden uitgegaan. Bij die stand van zaken zou oplegging van een dwangsom niet kunnen dienen als prikkel tot nakoming maar verworden tot een straf. Dat brengt weer mee dat de door het Hof bereikte uitkomst juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45b0d2d0f38490c8592861acabc9022b73c4e08015fdc852d4d397cb0cd24c4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45b0d2d0f38490c8592861acabc9022b73c4e08015fdc852d4d397cb0cd24c4b, en de alinea staat in dat document op bytes 28776 tot 29998.