Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1209.

Bij de bespreking van het middel dient vooropgesteld te worden, dat ingevolge artikel 359 lid 3 Sv het hof kan volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij nadien anders wordt verklaard, dan wel in geval vrijspraak wordt bepleit. De bevoegdheid om te volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, bestaat dus alleen indien en voor zover geen sprake is van een geschilpunt. In de onderhavige zaak doet zich geen van deze uitzonderingen voor. De beantwoording van de vraag of de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend in de zin van genoemde bepaling, is alsdan afhankelijk van de - in cassatie slechts op zijn begrijpelijkheid te toetsen - uitleg door de feitenrechter van de door verdachte afgelegde verklaring. De verklaring van de verdachte moet op zichzelf worden beoordeeld, ongeacht het standpunt van de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 12005 tot 13062.