Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 4.11. Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1209.

In het licht van de processuele context van dit geval en hetgeen is vooropgesteld geeft naar mijn mening het kennelijke oordeel van het hof, dat sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige erkenning door de verdachte van al hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Het hof kon derhalve volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 14220 tot 14650.