Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 6.7. Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1209.

Anders dan de steller van het middel meent, kan uit de overwegingen van het hof niet worden afgeleid dat bij het bepalen van de straf ten nadele van de verdachte rekening is gehouden met feiten waarvoor hij nog niet veroordeeld was. Uit die overwegingen kan wel worden opgemaakt dat het hof – onder meer - in de omstandigheid dat de verdachte kennelijk opnieuw in aanraking is gekomen met justitie, een aanwijzing heeft gezien dat ‘de verdachte wederom is afgegleden’ en dat het hof, anders dan in eerste aanleg de rechtbank, in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding meer heeft gezien bij de strafoplegging ‘in het voordeel van de verdachte te rekenen’. Zo beschouwd heeft het hof geen inbreuk gemaakt op de onschuldpresumptie als bedoeld in art. 6 lid 2 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23f5a6f4da3ce55808c05c8c1bacc7db692ce991e10ce2397a8722ef92331b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 28202 tot 29012.