Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1219.
Bij verweer voert de belanghebbende aan dat het feitelijke gebruik niet beslissend is voor de toepassing van art. 14(2) WBR. Het pand beschikt over de essentiële bouwkundige voorzieningen die het geschikt maken als woonhuis. Zo zijn een keuken en toiletten geplaatst en zijn de leidingen en aansluitingen voor sanitair en gashaarden aangelegd. Door het meubilair en de elektriciteitsvoorzieningen boven de verwijderbare systeemplafonds te verwijderen, is het pand weer geschikt voor bewoning, zodat het op het moment van overdracht wel degelijk naar zijn aard geschikt was voor bewoning. Op grond van de in onderdeel 2.6 van de bijlage geciteerde vragen van de KNB en antwoorden van het Ministerie van Financiën kan worden geconcludeerd dat het feitelijke gebruik niet relevant is voor de kwalificatie onder art. 14(2) WBR. Een feitelijk bewoonde bedrijfsruimte is volgens die antwoorden geen woning. Het feitelijke kantoorgebruik maakt dan van de woning geen kantoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a04f2d747ba18f33ca0fc5c6939d294f577b86a66672a171f57ab9e4e7c867. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a04f2d747ba18f33ca0fc5c6939d294f577b86a66672a171f57ab9e4e7c867, en de alinea staat in dat document op bytes 37615 tot 38598.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a04f2d747ba18f33ca0fc5c6939d294f577b86a66672a171f57ab9e4e7c867 | shasum -a 256