Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1220.
Bij verweer merkt de belanghebbende op dat de Belastingdienst zelf de strekking van art. 14(2) WBR onduidelijk vindt en het daarom nodig acht om jurisprudentie uit te lokken. Zij meent dat daarbij willekeurige zaken worden uitgezicht die een belastingplichtige onredelijk en onevenredig nadeel berokkenen. Dat het in haar geval te meer om willekeur gaat, blijkt uit het gegeven dat het litigieuze hoekhuis bij de volgende overdracht drie maanden later is geleverd tegen het verlaagde tarief zonder ingrijpen van de Belastingdienst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde055fd82647ff4af9c5ae5ff59e1297bfa07d754f2877485e8adb35e27fba8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde055fd82647ff4af9c5ae5ff59e1297bfa07d754f2877485e8adb35e27fba8, en de alinea staat in dat document op bytes 26206 tot 26751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fde055fd82647ff4af9c5ae5ff59e1297bfa07d754f2877485e8adb35e27fba8 | shasum -a 256