Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1220.

De belanghebbende meent inhoudelijk dat de Staatssecretaris het gebruik van de onroerende zaak verwart met de aard van de bestemming. Zij wijst op het volgende: (i) de aard van de bestemming van het object is duidelijk die van woonhuis, (ii) de omschrijving in de leveringsakte, (iii) de ligging in een woonwijk in een rijtje en (iv) de publiekrechtelijke bestemming. Het afwijkende feitelijke gebruik en het ontbreken van een keuken en een badkamer is haars inziens niet relevant voor de bepaling van de aard en de bestemming. Zij wijst erop dat volgens de wetsgeschiedenis, andersom, bij feitelijke bewoning het verlaagde tarief niet geldt als er geen woonbestemming is. Als de aard van de bestemming afwijkt van het feitelijke gebruik, zoals in casu, dan geeft de aard van de bestemming de doorslag. Het standpunt van de Staatssecretaris staat haaks op de vastgestelde feiten, de jurisprudentie en het eigen standpunt van de fiscus ten aanzien van dezelfde onroerende zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fde055fd82647ff4af9c5ae5ff59e1297bfa07d754f2877485e8adb35e27fba8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fde055fd82647ff4af9c5ae5ff59e1297bfa07d754f2877485e8adb35e27fba8, en de alinea staat in dat document op bytes 26830 tot 27890.