Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1221.
Verreweg het beste argument voor de beslissing van het Hof vinden wij in de regels voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Uit het arrest van de Hoge Raad uit 2013 volgt dat - afhankelijk van de duurzaamheid van het verblijf van de bewoners - gedeelten van zo'n instelling kunnen worden aangemerkt als woning of dienstbaar zijn aan woondoeleinden in de zin van artikel 220e van de Gemeentewet. In de hiervoor genoemde wetsgeschiedenis van artikel 14 van de WBR worden verpleeg- en verzorgingshuizen expliciet uitgezonderd van de definitie van woning. Hieruit volgt dat artikel 220e van de Gemeentewet en artikel 14, lid 2, van de WBR verschillende toetsingskaders hebben. Wat ons wel bevreemdt, is hoe het Hof de stelling van de inspecteur pareert dat een hospice gelijk is aan een verpleeg- of verzorgingsinstelling. Het had voor de hand gelegen dat het Hof deze stelling had afgewezen onder verwijzing naar zijn voorafgaande conclusie dat de onroerende zaak naar zijn aard objectief uit woningen bestond. Dat het gebouw in gebruik was als hospice of als verpleeg- of verzorgingsinstelling, doet daar in onze optiek niet aan af. Het Hof stelt immers - terecht - dat de wijze van (toekomstig) gebruik niet van invloed is op de kwalificatie van het gebouw als woning. Het Hof stelt de beperking uit de memorie van toelichting echter niet ter discussie, maar wijst de stelling van de inspecteur af omdat BV X geen zorg verleent maar alleen vastgoed verhuurt. In dit kader vragen wij ons af of, gelet op het objectieve karakter van het woningbegrip in artikel 14 van de WBR, de generieke uitsluiting voor onroerende zaken die zijn bestemd voor gebruik als een verpleeg- of verzorgingsinstelling of ziekenhuis, zich wel verdraagt met de tekst van de wet. Immers, ook dergelijke gebouwen kunnen wel degelijk objectief geschikt en bestemd zijn voor bewoning. Als de wetgever deze gebouwen had willen uitzonderen van het woningbegrip, had hij deze beperking in de wet zelf kunnen (en moeten) opnemen. Helaas heeft deze procedure daarover (nog) geen duidelijkheid gebracht, maar mogelijk komt die vraag bij de Hoge Raad wel aan de orde naar aanleiding van het door de staatssecretaris ingestelde beroep in cassatie. Binnen afzienbare termijn zal er dan ook meer duidelijkheid komen over de vraag of het arrest uit 2013 met betrekking tot de OZB kan worden doorgetrokken naar de overdrachtsbelasting.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9, en de alinea staat in dat document op bytes 42779 tot 45183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9 | shasum -a 256