Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1221.
De belanghebbende acht het oordeel dat zij zich hoofdzakelijk bezighoudt met de verhuur van woonruimte van feitelijke aard. Zij verzoekt u daarom primair de zaak af te doen met art. 81 Wet RO. Subsidiair meent zij dat de Staatssecretaris het objectieve karakter van de overdrachtsbelasting miskent en verzoekt zij u ’s Hofs oordeel te bevestigen omdat het op goede gronden genomen is en voldoende is gemotiveerd. Volgens haar heeft de wetgever duidelijk aanwijzingen gegeven over de uitleg van het begrip ‘woning’ in art. 14(2) WBR. Het Hof heeft conform die aanwijzingen geoordeeld dat de onroerende zaak op het moment van de juridische overdracht naar zijn aard bestemd was voor bewoning. De onroerende zaak kan ook door toekomstige bewoners direct als woning in gebruik genomen worden. De objectieve maatstaven van de WBR bieden geen ruimte voor (subjectieve) maatschappelijke opvattingen zoals spraakgebruik.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9, en de alinea staat in dat document op bytes 49104 tot 50035.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9 | shasum -a 256