Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1221.

Nu de bouwkundige aard en de objectieve bestemming/functie beslissend zijn, doet mijns inziens weinig ter zake welke soort personeel de hoofdhuurder (stichting [A]) al dan niet in dienst heeft, welke medische of bemiddelingsdiensten zij al dan niet aanbiedt, of zij al dan niet toegelaten is als verpleeginrichting, of zij al dan niet kan declareren bij zorgverzekeraars en of zij al dan niet overlegt met het zorgkantoor. Evenmin lijkt mij erg relevant wat de huurovereenkomst bepaalt. Al deze omstandigheden werpen immers weinig licht op de vragen hoe (met het oog op welke functie) het gebouw is ontworpen en gebouwd (of ingrijpend is verbouwd) en welke functie en bestemming daar objectief uit voortvloeien. Het Hof heeft mijns inziens dus ten onrechte veel betekenis gehecht aan de omstandigheden genoemd in 4.3 hierboven. Dat doet echter rechtskundig niet af aan zijn oordeel, nu hij mijns inziens wel de juiste maatstaf heeft aangelegd en zijn overige overwegingen zelfstandig zijn feitelijke oordeel kunnen dragen dat het hospice naar zijn aard bestemd is voor bewoning. De Inspecteur is in hoger beroep niet teruggekomen op het subsidiaire standpunt van de belanghebbende in eerste aanleg over de ‘aard’ van de kantoorruimte, vergaderruimte en opslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 564248bfc3af730040b43d887d8478224d85ef3f50135b7d976a537cd31d73c9, en de alinea staat in dat document op bytes 59947 tot 61225.