Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.

De literatuur lijkt eensgezind dat niet beslissend is het feitelijke gebruik van de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging, maar de ‘gesteldheid’ van de zaak, de ‘geschiktheid’ voor (langdurige) bewoning (voorzieningen) c.q. het – bouwkundig – ‘bestemd zijn voor bewoning’. De literatuur zoekt een objectief criterium, zoals ook u deed in HR BNB 2014/33, met name in de objectieve geschiktheid voor bewoning, vooral beoordeeld op basis van bouwkundige indeling, uiterlijk (‘ziet het pand er uit als een woning?’), en aanwezigheid van voor bewoning noodzakelijke voorzieningen, met name sanitair, nutsaansluitingen, kookgelegenheid, slaapgelegenheid en afsluitbaarheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 82368 tot 83076.