Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.
Teleologische interpretatie op basis van de vraag of een concrete verkrijging die verklaarde doelen dient, lijkt mij dan ook nauwelijks mogelijk. De materiële reikwijdte die de wetgever aan zijn impuls heeft gegeven, spreekt zijn verklaarde hoofddoel (doorstroming op de woningmarkt) immers in belangrijke mate tegen. De verkrijging van een feitelijk structureel bewoonde onroerende zaak die daarvoor naar zijn bouwkundige aard echter niet bestemd is (bijvoorbeeld een voormalige school of atelier die/dat niet ingrijpend verbouwd is om haar bewoonbaar te maken), is uitgesloten van het verlaagde tarief, hoewel er teleologisch reden is (doorstroming) om haar te faciliteren. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de verkrijging van een leegstaande kerk of molen waarvan bij voorbaat (bouwtekeningen, bouwvergunning, aanneemovereenkomst) vast staat dat hij ingrijpend verbouwd zal worden met het oog op functiewijziging (wonen), maar naar zijn bouwkundige aard nog geen woning is. Andersom heeft de wetgever, eveneens contrateleologisch, wél gefaciliteerd de verkrijging van (i) verhuurde woningen, (ii) voor sloop bestemde woningen (althans volgens de Executieve; zie diens antwoord op vraag 9 in onderdeel 2.6), (iii) tweede huizen en (iv) recreatiewoningen (ook als zij niet permanent bewoond mogen worden; zie het antwoord op vraag 6 in onderdeel 2.6), hoewel onduidelijk is hoe de verkrijging van dergelijke woningen een impuls zou moeten geven aan de doorstroming op de woningmarkt. Het valt niet in te zien dat de koop van 1.000 verhuurde huurbeschermde woningen van een woningcorporatie door buitenlandse private equity tot meer of andere verhuisbewegingen zou leiden dan het geval zou zijn geweest zonder die koop. Dat valt evenmin in te zien bij recreatiewoningen, die vaak niet eens permanent bewoond mogen worden, en bij woningen die voor de koper een tweede huisje zijn. Bij verkrijging van sloopwoningen is voorts voor het verlaagde tarief kennelijk niet vereist dat na de sloop nieuwe woningen zullen verrijzen (zie het antwoord op vraag 9 in onderdeel 2.6: ongespecificeerde ‘nieuwbouw’). Het door de wetgever gekozen criterium ‘naar zijn aard bestemd voor bewoning’ is dus, bezien vanuit zijn verklaarde doelstelling ‘doorstroming op de woningmarkt’ zowel aanzienlijk overinclusive als aanzienlijk underinclusive .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 86684 tot 89206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3 | shasum -a 256