Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.
Ik meen met Rozendal (zie 4.7) dat de ‘aard’ en objectieve bestemming van een gebouwde of te bouwen onroerende zaak moeilijk anders dan vanuit bouwkundig oogpunt beoordeeld kan worden. Ik zie niet welke andere ‘aard’ dan de bouwkundige doorslaggevend kan zijn voor de vraag of een gebouw objectief bestemd is voor bewoning (of het gebouw structureel die functie heeft); dat de koper subjectief het vaste voornemen heeft er in te gaan wonen, doet niet ter zake: zie de boven geciteerde wetsgeschiedenis en antwoorden op KNB-vragen. Het gaat er dus om of de bouwkundige aard van de zaak (oorspronkelijk ontwerp, oorspronkelijke bouw, eventuele latere verbouw, indeling, voorzieningen; functie met het oog waarop gebouwd of verbouwd is) objectief op woonbestemming wijst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 91467 tot 92257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3 | shasum -a 256