Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.
In de tweede plaats is mijns inziens van belang of er nadien bouwkundig is ingegrepen en met welk bouwkundig doel en objectief effect. Een watertoren, kleuterschool of gemaal kan na verbouwing naar zijn aard bestemd zijn geworden om bewoond te worden, en een villa, grachtenpand, buitenplaats of jachthuis kan na een verbouwing bouwkundig de aard van museum, hotel, kliniek of kantoor hebben aangenomen. Gezien het volgens de wetgever beslissende objectieve criterium (‘naar zijn aard bestemd’) moet een latere bouwkundige verandering mijns inziens zodanig ingrijpend – i.e. niet eenvoudig omkeerbaar – zijn dat de bouwkundige aard (de objectieve functie) en daardoor zijn objectieve gebruiksbestemming is gewijzigd. Op dit punt (wijziging van bouwkundige “aard”/objectieve “bestemming”) zou u aansluiting kunnen zoeken bij het begrip ‘radicale vernieuwing’ in uw rechtspraak onder de oude Wet IB 1964 als criterium voor de vraag of door een verbouwing een nieuwe ‘bron’ van inkomen was ontstaan. Zo overwoog u in HR BNB 1999/357:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 93999 tot 95130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3 | shasum -a 256