Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 6.8 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.
Enigszins ongerijmd acht ik dat bouwtekeningen, aanneemovereenkomst en publiekrechtelijke woonbestemming ook tezamen volgens de (mede)wetgever niet voldoende zijn voor het verlaagde tarief bij verkrijging van een pand dat naar zijn bouwkundige aard nog geen woning is (bijvoorbeeld een voormalige kleuterschool of klooster) maar wel verbouwd zal worden zodanig dat objectief een aard- en functiewijziging op zal treden, terwijl die wél voldoende zijn bij verkrijging van bouwgrond waar niets op staat maar alleen fundamenten voor een woning aangebracht zijn. Teleologisch komen dergelijke verkrijgingen even zeer als verkrijgingen van fundamenten voor faciliëring in aanmerking. Dat lokt uit tot een overigens wellicht onwenselijke volgorde van handelen (eerst ver(nieuw)bouwen en dan pas overdragen) en het roept de vraag op tot hoe ver een bouwkundige-aardwijzigende verbouwing gevorderd moet zijn om van aardwijziging te kunnen spreken. Op welk moment wijzigt de bouwkundige aard van een gebouw? Ik wijs ook nogmaals op de merkwaardige effecten beschreven in voetnoot 51.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 115897 tot 117051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3 | shasum -a 256