Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Onder 1.1 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1222.
In deze gemene bijlage bij vier conclusies probeer ik op basis van de wetsgeschiedenis een objectieve en praktische maatstaf vast te stellen voor de beoordeling of een onroerende zaak een ‘woning’ is in de zin van art. 14(2) van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). De wet zelf biedt geen omschrijving. Het belang van die maatstaf is het tarief, dat 2% van de waarde beloopt bij de verkrijging van ‘woningen’ en 6% bij de verkrijging van andere onroerende zaken. In de vier voor conclusie geselecteerde zaken pas ik vervolgens die maatstaf toe. Die vier zaken gaan over de verkrijging van (i) een leegstaande, laatstelijk als advocatenkantoor gebruikte stadsvilla waarin niet de verkrijger, maar diens koper gaat wonen, (ii) een als tandartspraktijk gebruikt rijtjeshuis, (iii) een hospice dat geen medische zorg levert en (iv) een voormalige boerderij (woongedeelte met aangebouwde stal) die ‘hybride’ is verbouwd (voor zowel woon- als kantoormogelijkheden) en een woonbestemming heeft waarvan echter tijdelijk ontheffing is verleend ten behoeve van kantoorgebruik en die als kantoor wordt gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3, en de alinea staat in dat document op bytes 5794 tot 6929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7daab97ebb5b7bd691a8ca47f47e6978e31226707848267a679b7a684e72ac3 | shasum -a 256