Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1224.
De constructie betrof geen normale handelstransactie, maar een strategische herstructurering. Hieraan heeft [eiser] meegewerkt, ten minste door het zetten van zijn handtekeningen. De geantedateerde akte van 1 januari 2005 was bestemd om de, onterechte, schijn te wekken dat [A] en de Holding de sale and lease back overeenkomst al eerder hadden gesloten dan in februari 2007. Daarnaast heeft [eiser] de akte van 12 februari 2007 ondertekend, waaraan, in strijd met de tekst, wat betreft de betaling van de koopprijs geen uitvoering blijkt gegeven. Volgens de door [eiser] bij conclusie van antwoord (productie 1) in het geding gebrachte verklaring van de accountant [betrokkene 2] was het plan simpelweg om alle materiële en vaste activa onder te brengen in de Holding om deze zoveel mogelijk veilig te stellen bij een onverhoopte deconfiture van een van de werkmaatschappijen. Naar [eiser] bij conclusie van antwoord (paragraf 54) heeft betoogd, was [A] in de loop van 2006 al niet meer in staat aan de (lease-)verplichtingen te voldoen. Bij de ondertekening van de akte van 12 januari 2007 was [eiser] bekend met de vordering van [verweerster] op [A] en het PwC-rapport waarin tot in detail de praktijken met de valse OTS-en, waaronder de douaneheffingen waren uiteengezet. Op dat moment was al bij tussenvonnis van 29 november 2006 aan [A] opgedragen te bewijzen dat de beweerde interne kosten waren gemaakt. [eiser] was partij bij die procedure. Mede gelet op zijn verplichtingen tot een behoorlijke taakuitoefening, moet [eiser] er onder die gegeven omstandigheden persoonlijk een voldoende ernstig verwijt van worden gemaakt dat hij aldus heeft bewerkstelligd of toegelaten dat [A] het voor al haar schuldeisers aanwezige verhaalsactief heeft verminderd ten gunste van de Holding, hetgeen een voorzienbare crediteurenbenadeling impliceert. Anders dan [eiser] aanvoert, is niet vereist dat zijn gedrag precies zou vallen in een van beide categorieën zoals vermeld in (onder meer) het arrest HR 8 december 2006, LJN: AZ0758 (Ontvanger/ Roelofsen ). Daarin wordt immers voorzien dat zich ook andere omstandigheden kunnen voordoen op grond waarvan aan een bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Evenmin is van belang, zoals [eiser] stelt, dat [verweerster] geen eigenaresse of zakelijk zekerheidsgerechtigde van dan wel beslaglegger op het vervreemde materieel was. Een concurrent schuldeiser, zoals hier [verweerster] , kan immers door een dergelijke constructie worden benadeeld in het door artikel 3:276 BW aan de schuldeisers toegekende verhaalsrecht op in beginsel alle goederen van zijn schuldenaar. De redenering van [eiser] dat het actief niet is afgenomen, miskent dat het verhaalsactief van de schuldeisers door (de voorstelling van) deze transactie is afgenomen, in ieder geval voor wat betreft de niet of niet volledig betaalde koopprijs ten gunste van de Holding alsmede de in 2006 en 2007 onverschuldigd betaalde huurtermijnen. [eiser] heeft in hoger beroep nog betwist dat dit een en ander schade veroorzaakt heeft aan [verweerster] zelf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4, en de alinea staat in dat document op bytes 23985 tot 27080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4 | shasum -a 256