Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1224.

Het hof is echter wel, anders dan de rechtbank, van oordeel dat aangenomen moet worden dat [verweerster] het genoemde actief dan had moeten delen met de andere concurrente crediteuren ten tijde van de daadwerkelijke faillietverklaring. In haar akte na het eerste arrest van 13 november 2013 (in de alinea’s 2.9 en 2.10) heeft [verweerster] berekend dat haar vordering 91,2 % uitmaakte van het totaal aan benadeelde crediteuren op dit tijdstip (vordering [verweerster] € 1.001.704,29 / vorderingen totaal aan benadeelde crediteuren € 1.097.838,29). Nu [eiser] de (uitgangspunten van deze) berekening niet heeft weersproken zal het hof hier ook van uitgaan en de redenering van [verweerster] volgen dat zij aanspraak kan maken op 91,2% van € 791.400,- te weten € 721.757,-. Grief I gaat slechts in zoverre op en de toewijzing zal worden aangepast zoals hierna weergegeven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4, en de alinea staat in dat document op bytes 40066 tot 40962.