Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1224.

Ik zie niet in waarom het oordeel van het hof in rov. 4.6-4.8 van het eerste arrest onjuist, althans onbegrijpelijk is. Het hof heeft in rov. 4.7 van het eerste arrest vastgesteld dat Holding na het faillissement van [A] een vordering van [A] op Holding van € 783.475,- heeft betaald. Daarin is de koopprijs die volgens de Sale & Lease Back overeenkomst van 12 februari 2007 verrekend zou zijn niet begrepen (niet verdisconteerd, zegt het hof). Ook heeft blijkens rov. 4.7 niet op een andere wijze een verrekening van de koopprijs plaatsgevonden. Het gevolg hiervan was dat er activa van [A] naar een andere vennootschap zijn overgeheveld zonder dat [A] daarvoor een koopprijs heeft ontvangen. Die koopprijs diende immers te worden betaald, nu er –anders dan in de akte stond- geen verrekening had plaatsgevonden. Het is evident dat de schuldeisers van [A] hierdoor zijn benadeeld. Dat de vordering voor de koopprijs op papier bleef bestaan, is m.i. niet relevant omdat Holding er niet toe is overgegaan die vordering te voldoen en hiertoe ook kennelijk niet bereid of in staat was (ook niet toen [A] op eigen verzoek surséance van betaling was verleend en vervolgens failliet is verklaard). Die vordering heeft dus geen reële betekenis. Het subonderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7afd482088b78769de82bea981957082bcd58bdca8b074c77ee1a86793e653e4, en de alinea staat in dat document op bytes 47635 tot 48920.