Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Onder 1.5 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1226.
9. Het hof overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam gebleken dat de man sinds 31 maart 2013 niet meer voor zijn voormalige werkgever, [A] ltd, werkt. Voorts is uit de door de man overgelegde verklaringen van de Poolse belastingdienst gebleken dat hij in 2013 en 2014 geen belastbaar inkomen heeft genoten. Het hof gaat er vanuit dat de man, indien hij inkomen geniet, wat er verder zij van belastingvriendelijke honoreringsconstructies in de betreffende branche, over enig deel van zijn inkomen belastingplichtig zal zijn, zodat het hof aan de stelling van de vrouw dat deze Poolse bescheiden niet maatgevend zijn voorbij gaat. Uit de overgelegde stukken is voorts niet gebleken dat de vrouw dan wel de kennissen van de vrouw (de genoemde studievriend) uit eigen waarneming hebben vastgesteld dat de man in Nigeria (of elders) werkzaam is, zodat het hof de stelling van de vrouw dienaangaande eveneens passeert. Ook is het hof van oordeel dat uit het ter zitting door de vrouw getoonde filmfragment niet kan worden opgemaakt dat het de man is op de film voorkomt, zodat uit de film ook niet geconcludeerd kan worden dat hij nog bij [A] werkzaam is, althans aan de verklaringen van de man ter zake getwijfeld zou kunnen worden. Het hof is voorts van oordeel dat het bewijsaanbod van de vrouw ter zake niet voldoende geconcretiseerd is. In het verweerschrift is slechts een algemeen bewijsaanbod gedaan. Ter gelegenheid van het pleidooi is gesteld dat genoemde studievriend kan worden gehoord om zijn overgelegde schriftelijke verklaring, waarin staat dat hij van twee zijden uit de oliebranche heeft gehoord dat de man in de off shore werkt in Nigeria, te bevestigen. Deze vriend zou kunnen worden gehoord “als getuige, over wie de informatie hebben gegeven, opdat ook zij gehoord kunnen worden door uw Hof”. Het hof acht dit aanbod niet specifiek genoeg. Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw haar stelling, dat de man op dit moment een betaalde baan heeft, onvoldoende onderbouwd om tot het bewijs te worden toegelaten Het hof merkt daarbij voorts op dat gesteld nog gebleken is dat de voorgedragen getuige - de studievriend - meer of anders kan of zal verklaren dan reeds schriftelijk gedaan, welke verklaring het hof passeert. Het hof is van oordeel dat het op de weg van de vrouw had gelegen om zelf de namen van de door de studievriend genoemde personen te achterhalen en te noemen en aan te geven wat zij ter zake zelf zouden kunnen verklaren. Nu dat alles niet het geval is kan het hof niet nagaan of zij ook maar iets zouden kunnen verklaren omtrent de vraag of de man nog in de off shore werkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bed4ae46bf7370e5ba3fe9117e9fc461386aaf0aa19999cc3a15b2e3a4795f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bed4ae46bf7370e5ba3fe9117e9fc461386aaf0aa19999cc3a15b2e3a4795f87, en de alinea staat in dat document op bytes 11384 tot 14062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bed4ae46bf7370e5ba3fe9117e9fc461386aaf0aa19999cc3a15b2e3a4795f87 | shasum -a 256