Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1229.

In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat de sanctie van art. 127a lid 2 van het Nederlands Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (ontslag van instantie van de gedaagde/de geïntimeerde) niet meer kan worden toegepast in het geval dat de rechter een begin heeft gemaakt met de inhoudelijke behandeling van de zaak nadat de betalingstermijn is verstreken zonder dat het griffierecht is voldaan. Daartoe heeft de Hoge Raad overwogen dat art. 127a Rv ertoe strekt dat reeds bij aanvang van de procedure door de rechter wordt vastgesteld of de eiser, respectievelijk de appellant, het griffierecht tijdig heeft betaald en, zo nee, of hij een geslaagd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan dan wel in lid 2 voorziene sanctie moet worden toegepast. Hiermee wordt volgens de Hoge Raad voorkomen dat proceshandelingen worden verricht die achteraf bezien nodeloos blijken te zijn geweest. Met het oog op dat verloop bepaalt art. 127a lid 1 dat de rechter de zaak aanhoudt zolang de eiser/appellant het griffierecht niet heeft voldaan en de betalingstermijn nog loopt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8, en de alinea staat in dat document op bytes 24538 tot 25621.