Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1229.
De stelling in voetnoot 1 van het cassatieverzoekschrift dat art. 270 lid 5 Rv er “de facto” op neer komt dat de behandeling van de zaak achterwege blijft zolang het griffierecht niet is voldaan, omdat is bepaald dat het griffierecht wordt voldaan op het moment van indiening van de memorie van grieven (bedoeld is kennelijk: het beroepschrift) gaat evenmin op. Hoewel dit in de praktijk wel de gebruikelijke gang van zaken is, is niet wettelijk voorgeschreven dat de betaling van het griffierecht en de indiening van het beroepschrift op hetzelfde moment plaatsvinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8, en de alinea staat in dat document op bytes 26551 tot 27138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8 | shasum -a 256