Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1229.

Het voorgaande neemt m.i. echter niet weg dat toepassing van art. 270 lid 5 Rv onder omstandigheden in strijd kan zijn met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is onder meer sprake in geval van verwarringwekkende informatie van het gerecht omtrent het tijdstip van betaling. Hierop is door [verzoeker] in appel een beroep gedaan . Dienaangaande heeft het hof – in cassatie niet bestreden – geoordeeld dat overschrijding van de betalingstermijn van het griffierecht in beginsel voor risico van een appellant komt, maar dat dat anders kan zijn indien de griffie een zodanige mededeling doet dat een appellant daaraan het gerechtvaardigde vertrouwen mag ontlenen dat een latere datum als uiterste betalingsdatum geldt (rov. 2.4). Het hof heeft vervolgens in rov. 2.5 de stelling van [verzoeker] dat hij door de griffie in Aruba ‘op het verkeerde been is gezet’ uitvoerig gemotiveerd en in cassatie niet bestreden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d103d26461d99b9a456e8d19e59b552121bdd24f1e9796998bba7f2e299acea8, en de alinea staat in dat document op bytes 27397 tot 28407.