Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 1.3. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.

Aan deze vorderingen heeft de werkneemster ten grondslag gelegd dat [eiseres] toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitvoering van haar opdracht als cassatieadvocaat: in het bijzonder heeft [eiseres] nagelaten in het door haar opgestelde cassatiemiddel een verwijzing op te nemen naar het gedeelte in de memorie van grieven in de Arnhemse procedure waarin de werkneemster had gesteld dat zij wél voor NAK werkzaamheden heeft verricht in de periode na 8 december 1997 waarin de stofafzuiging niet of onvoldoende functioneerde . De werkneemster stelt zich op het standpunt dat haar cassatieberoep in de eerste procedure is verworpen als gevolg van deze beroepsfout van [eiseres] . Gelet op het feit dat verscheidene collega’s van de werkneemster, die met dezelfde gezondheidsklachten te kampen hadden, procedures tegen NAK hebben gewonnen , is volgens de werkneemster nagenoeg zeker dat – na cassatie van het arrest van het gerechtshof Arnhem van 18 juli 2006 en verwijzing van de zaak naar een ander gerechtshof ter verdere behandeling – uiteindelijk ook aan haar ter dezer zake een schadevergoeding zou zijn toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 11621 tot 12886.