Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Onder 2.11. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.
De klacht berust op een onjuiste lezing van de bestreden overweging, voor zover het gaat om een subjectieve bekendheid die het hof aan [eiseres] zou hebben toegeschreven. Nu [eiseres] niet anders heeft aangevoerd, mocht het gerechtshof Den Haag ervan uitgaan dat zij ten tijde van het opstellen van de cassatiedagvaarding de beschikking had over het procesdossier van de in Arnhem gevoerde procedure, met inbegrip van de (als productie aan het gerechtshof Arnhem overgelegde) notulen van het werkoverleg. Dan is alleen nog de vraag wat [eiseres] – naar objectieve maatstaf − had behoren te doen bij het opstellen van het cassatiemiddel in de zaak tegen NAK.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 28543 tot 29218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed | shasum -a 256