Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.

Het oordeel van het hof berust op een waardering van feitelijke aard die in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. In de redenering van het gerechtshof Den Haag ging het in de zaak tegen NAK om een tamelijk essentieel punt: was de werkneemster in het tijdvak waarin zij naar haar zeggen gezondheidsschade had opgelopen door onvoldoende afzuiging van stof op de werkplek, wel of niet voor NAK aan het werk? In die context heeft het gerechtshof Den Haag het weglaten van een verwijzing in de cassatiedagvaarding naar het desbetreffende gedeelte van de memorie van grieven in combinatie met de daarbij overgelegde notulen van het werkoverleg mogen beschouwen als een fout, die tot gevolg heeft gehad dat in de procedure tegen NAK aan de werkneemster een serieuze (immers door het hof op 50% getaxeerde) kans is onthouden op vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarna de werkneemster bij de verdere behandeling van haar zaak tegen NAK alsnog de kans zou hebben gehad om het oorzakelijk verband met haar gezondheidsschade aan te tonen. De redengeving van het gerechtshof Den Haag komt niet in strijd met de logica, is niet onverenigbaar met de gedingstukken en is overigens niet onbegrijpelijk voor de lezer. Onderdeel I.3 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 30442 tot 31708.