Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.16. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.

Onderdeel II gaat nader in op de hiervoor al genoemde onderwerpen. De klacht onder II.1 is gericht tegen rov. 10 in het tussenarrest. Het hof acht niet onaannemelijk dat indien het cassatiemiddel door [eiseres] op een juiste wijze zou zijn geformuleerd, de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof Arnhem zou hebben gekwalificeerd als ‘onbegrijpelijk’. De klacht houdt in dat dit oordeel (van het gerechtshof Den Haag) onbegrijpelijk is, omdat de werkneemster in de Arnhemse procedure tegen NAK had gesteld dat zij de werkzaamheden vanaf 8 december 1997 voor 50% en vanaf 8 januari 1998 voor 100% heeft hervat. Een werkhervatting op deze data wordt volgens het middelonderdeel niet onderbouwd met de notulen van het werkoverleg, waarin sprake is van een werkhervatting in de week van 17 november 1997.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 32694 tot 33561.