Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.
Onderdeel II.5 klaagt dat onbegrijpelijk is waarop het oordeel in rov. 10 berust dat een poging om in cassatie de in feitelijke aanleg begane omissie (het niet een beroep doen op de notulen van het werkoverleg) te repareren zou zijn geslaagd. Volgens de rechtspraak volstaat het niet om een productie over te leggen: voor de rechter en de wederpartij moet duidelijk zijn, waarom en op welke passage in de productie een beroep wordt gedaan; in het bijzonder voor de wederpartij moet duidelijk zijn waartegen zij zich moet verweren. De toelichting op deze klacht stelt dat de werkneemster in de procedure bij het gerechtshof Arnhem niet heeft aangeboden te bewijzen op welke dagen zij daar aan het werk is geweest; zij volstond met een algemeen en vaag bewijsaanbod.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 36817 tot 37642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed | shasum -a 256