Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.30. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.

Het gerechtshof Den Haag heeft dit argument van [eiseres] uitdrukkelijk onder ogen gezien. In de procedure bij het gerechtshof Arnhem, zo overweegt het hof Den Haag, had NAK zich op het standpunt gesteld dat de schoningswerkzaamheden waren afgerond ‘toen de werkneemster haar werkzaamheden hervatte’. Volgens het hof ging NAK bij het innemen van dat standpunt ervan uit dat de werkneemster haar werkzaamheden heeft hervat in maart 1998. Ter comparitie in de Haagse procedure heeft de werkneemster tegen deze stelling van [eiseres] ingebracht dat er een dikke laag stof lag en dat veel werknemers bloedneuzen kregen en melk te drinken kregen. Ook uit de door het hof aangehaalde passage uit de notulen van het werkoverleg op 17 november 1997 blijkt dat de afzuiging van het stof toen niet goed werkte, dat de medewerkers er veel last van hadden en dat nog minstens anderhalve maand in deze omstandigheden zou moeten worden gewerkt. Van een tussen partijen vaststaand feit kan dus bepaald niet worden gesproken. Onderdeel V.1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 49668 tot 50715.