Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.39. Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1231.

Op zich is juist dat tegenbewijs vrij staat (zie art. 151 lid 2 Rv). In dit geval echter heeft het hof in rov. 8 het betoog van [eiseres] begrepen in die zin, dat NAK tegenbewijs tegen dat oorzakelijk verband had kunnen leveren. Dat betoog heeft het hof verworpen op gronden die in cassatie niet meer aan de orde zijn. Tegen deze achtergrond is duidelijk dat het betoog van [eiseres] , zoals dit door de feitenrechter is begrepen, niet omvatte dat [eiseres] zelf nog in de gelegenheid wilde worden gesteld om tegenbewijs te leveren met betrekking tot het oorzakelijk verband tussen de blootstelling aan het stof en de gezondheidsklachten. De klacht faalt. Onderdeel VI.5 mist zelfstandige betekenis naast de voorgaande klachten en behoeft geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb23d4d468410ddad6d3ff799c629ca1b73154475b65dbf017fa53ec9f62e9ed, en de alinea staat in dat document op bytes 57308 tot 58114.