Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1236.

Het kan natuurlijk gebeuren dat een partij ter zitting aan haar in de processtukken ingenomen stellingen, nieuwe informatie toevoegt (dat wil zeggen: nieuwe of aanvullende stellingen inneemt), waarop de wederpartij niet adequaat reageert (dat wil zeggen: die nieuwe of aanvullende stellingen op de zitting niet of niet voldoende gemotiveerd betwist). Indien de rechter aan dat gegeven bij zijn oordeel doorslaggevende betekenis wil toekennen, verdient het sterk aanbeveling dat de rechter in het proces-verbaal vastlegt dat de wederpartij om een reactie is gevraagd met betrekking tot de nieuwe of aanvullende stellingen. 'Slechts indien op de comparitie voldoende is gevraagd maar de antwoorden zijn onvoldoende gebleken, kunnen partijen daarop worden afgerekend ', schrijft Ahsmann terecht. In het onderhavige geval is in het proces-verbaal niet vermeld dat het hof [eiser] om een reactie heeft gevraagd met betrekking tot de onder 3.12 vermelde nieuwe stellingen van [verweerder] . Er kan dan ook niet met zekerheid vanuit worden gegaan dat het hof [eiser] om een reactie heeft gevraagd ten aanzien van de ter zitting onder 3.12 genoemde aanvullende stellingen van [verweerder] . Ook dit is een zwakke schakel in het arrest van het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db37537933666e3174e8b3666c8fbf874837480f9b723d75c35de2610c4ad3c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db37537933666e3174e8b3666c8fbf874837480f9b723d75c35de2610c4ad3c9, en de alinea staat in dat document op bytes 36980 tot 38457.