Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1236.
Hoewel het hof dat niet opschrijft, zal bij het oordeel dat 'de gedetailleerde verklaring van [verweerder] niet door [eiser] ter zitting van 22 april 2015 is weersproken ', mogelijk hebben meegespeeld dat het hof de door [verweerder] ter zitting afgelegde verklaring als méér waarheidsgetrouw ('meer aannemelijk') inschatte dan de verklaring van [eiser] . Het ter zitting horen van partijen en het door hen zelf geïnformeerd worden over wat er precies is gebeurd, is een belangrijke reden voor de rechter om een comparitie te gelasten. De rechter veronderstelt daarbij dat hij dan – face to face - een betere inschatting kan maken van de waarheidsgetrouwheid van de door partijen ingenomen stellingen. In een situatie als de onderhavige, waarin het in feite het woord van de ene partij is tegenover het woord van de andere partij, zal de rechter dit zien als een belangrijk middel tot waarheidsvinding. Indien de inschatting van waarheidsgetrouwheid van de verklaringen van respectievelijk [verweerder] en [eiser] inderdaad een rol heeft gespeeld, zou het beter zijn geweest als het hof dit expliciet had overwogen. Het zou dan meer inzicht in zijn gedachtegang hebben gegeven. Het zou nóg beter zijn geweest als het hof in dat geval met partijen had besproken of er nog verklaringen van derden beschikbaar waren en, als het antwoord bevestigend had geluid, gewoon een getuigenverhoor had gelast. Maar ook als dat niet het geval was en het inderdaad slechts het woord van [verweerder] tegenover dat van [eiser] was, had het hof een bewijsopdracht kunnen formuleren en een getuigenverhoor kunnen gelasten. Dan was in ieder geval duidelijk geweest wat precies de inkadering was van de verklaringen die partijen aflegden en zou voor hen duidelijk zijn geweest wat voor het hof de springende punten waren. Daarmee zou zijn voorkomen wat er nu gebeurd is, dat een partij na de comparitie wordt 'afgerekend' op wat hij daar niet heeft verklaard, zonder dat duidelijk is of die partij daarnaar gevraagd is c.q. bekend was bij die partij wat het belang was van een verklaring op het betreffende punt. In zoverre was inderdaad sprake van een 'verrassing' (al zou ik het niet een verrassingsbeslissing noemen, zoals subonderdeel I.3 doet).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db37537933666e3174e8b3666c8fbf874837480f9b723d75c35de2610c4ad3c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db37537933666e3174e8b3666c8fbf874837480f9b723d75c35de2610c4ad3c9, en de alinea staat in dat document op bytes 38537 tot 40902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db37537933666e3174e8b3666c8fbf874837480f9b723d75c35de2610c4ad3c9 | shasum -a 256