Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Onder 2.4.4 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1237.

Ten aanzien van het in het arrest Ontvanger/Roelofsen sub (ii) bedoelde geval, betoogde het middel dat nu niet evident was dat de tegenvordering van elke grond was ontbloot of dat de gestelde tegenvordering niet de vordering van Air Holland zou overtreffen, de bestuurders in redelijkheid hebben kunnen menen dat per saldo geen vordering van Air Holland zou resteren en voorts dat wanneer slechts ernstig rekening moet worden gehouden met het bestaan van een vordering, het handelen of nalaten van bestuurders niet zodanig onzorgvuldig kan worden geacht dat hen daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd998d663aa76de4ea576efeae41c6458f91b9887d88c6e494fa2d9524a4437c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd998d663aa76de4ea576efeae41c6458f91b9887d88c6e494fa2d9524a4437c, en de alinea staat in dat document op bytes 24744 tot 25401.